In 2006 werd ik gevraagd als docent te werken op een op te richten Maritiem College in Oman. Ik gebruik expres het woord maritiem, omdat het meer was dan een zeevaartopleiding alleen. Naast de HBO opleiding als maritiem officier, waren er logistieke opleidingen en opleidingen voor de petroleum en gas industrie.
Aanvankelijk had ik bezwaar tegen deze detachering. Ik was daar in 1970 met een schip geweest en toen was het land, toen een Brits protectoraat, nog middeleeuws. Ik werd er echter van overtuigd dat het land sterk in ontwikkeling was en gemoderniseerd en liet me overhalen.
Op naar het land van Sinbad de Zeeman. Een land dat als vanouds een zeevarend handelsland is, met ooit een kolonie in Zanzibar en een vestiging in Pakistan (Balushistan). De Dhows zeilden in het najaar, als de noordoost passaat door ging staan, richting de Afrikaanse oostkust en zodra de zuidwest moesson in het voorjaar begon, richting noorden. Veelal hadden de schippers zowel een gezin in Oman als in Zanzibar. Ze gingen dus altijd naar huis. Op het college hadden we een secretaresse wier vader ook nog een gezin had in Pakistan. Het fenomeen bestond dus nog steeds. Ook kon je de verschillen in afkomst nog duidelijk herkennen. Originele Omaanse stamnamen (je hebt geen familienaam, maar een stamnaam), de Swahili‘s die oorspronkelijk uit Zanzibar kwamen, en de Balushi’s.
Er stond me een berg werk te wachten. Het hele college moest nog opgestart worden, het leerplan en de lesstof geschreven. Toch voelde het land vertrouwd. Bij aankomst op het vliegveld kwamen mij de bekende geuren van wierook en kruiden tegemoet. De bevolking is zeer gastvrij en ook het contact met de studenten was heel plezierig. De detachering zou voor drie maanden zijn, maar uiteindelijk bleef ik er ruim vijf jaar.
Gelukkig had ik tijdens de weekenden nog wat vrije tijd over. Een Engelse collega van een ander college, die in hetzelfde hotel verbleef, nodigde mij uit om samen eens op verkenning te gaan.
We trokken de bergen en de woestijn in. Meteen kwamen bij mij de zondagsschool-platen van verhalen uit het Oude Testament naar boven.
De van modder en stenen gebouwde huizen, de kleding van de dorpelingen en de statige wijze van leven. Naast het transport met terreinwagens, werd er in de bergen nog een hoop op de rug van ezeltjes vervoerd. Met een schok ontdekte ik waarom er in de bijbel over de doodstraf door middel van steniging werd gesproken. Er zijn, op een enkele acacia na, nauwelijks bomen om de straf door middel van ophanging uit te voeren, maar stenen des te meer.

Op onze verdere tochten door het land, dat ongeveer zo groot is als Frankrijk, kwamen we in het zuiden. De reis voerde over het Salma plateau, waar nog graftombes stonden die gedateerd werden op 3000 jaar v.C. Zonder cement of klei gebouwd van los opgestapeld stenen. Een meter of vijf hoog en stonden daar als een soort wachttorens.


De zuidkust van Oman, tegen de grens van Jemen is het enige gebied ter wereld waar de echte wierrook-boom (Frankincense Boswellia frereana) wil groeien. Onooglijke boompjes, maar de hars die ze afscheiden was in vroeger tijden net zo kostbaar als goud. Geen wonder dat de wijzen uit het oosten dit als geschenk meebrachten. Daar bevinden zich, in de buurt van de stad Salalah, de opgravingen van Khor Rori. Een stad waar, naar overlevering, de koningin van Sheba haar zomerpaleis had. Niet verwonderlijk. In de zomer lopen de temperaturen in de rest van het land op tot 50 graden Celsius, maar aan de zuidkust, onder invloed van de zuidwest moesson, worden de temperaturen niet hoger dan een graad of 25 met regelmatig een verkoelende bui. Het was in de tijd van koning Salomon een belangrijke handelshaven.

Een bijzondere ontmoeting hadden daar we onder leiding van een Omaanse gids. Hij bracht ons naar het graf van (zoals hij dat noemde, de profeet) Job. Enthousiast vertelde hij het verhaal uit het Oude testament aan ons. Er was enige verbazing toen hij hoorde, dat wij dat als christenen ook kenden.
De eenvoudige graftombe is gelegen in een prachtige oase, omgeven door bomen die vol hangen met nesten van de wevervogel. Het wordt keurig onderhouden. Zelfs wordt er nog een voetafdruk van Job bewaard. Uiteraard kan de waarheid hiervan in twijfel getrokken worden.
Deze ervaringen en nog vele daarna, gaven mij de overtuiging dat de Bijbel geen dood boek is, maar leeft. Als je het maar wilt zien.
Kees Koomen
Foto’s Kees Koomen.