In de huidige, nuchtere samenleving hebben mensen niet zoveel op met wonderen. Ja, een geboorte blijft een wonder, maar in feite noemen we dat een wonder. Van vijf broden en twee vissen een menigte mensen te eten geven, dat is pas echt een wonder. Net als de opwekking van Lazarus.

Wat is nu eigenlijk een wonder? Het is iets buitengewoons, iets waarover we ons kunnen verwonderen zonder dat je kunt verklaren. De aanwezigheid van een bijzondere kracht, iets dat afwijkt van het gewone. We hebben allemaal gehoord over de bijbelse wonderen en leren steeds meer over de wijze waarop we deze kunnen interpreteren en verstaan. De opwekking van Lazarus is een manier om te vertellen over Gods kracht over, of door, de dood heen. De dood is niet het einde, want God is een God van levenden.

Steeds meer hebben we geleerd te verklaren. Maar dat twee beren broodjes smeren, daar heeft de Eeuwige en de Man van Nazareth niets mee te maken. Per slot is dat een wonder bóven wonder, zelfs de Almachtige kan dat niet bewerkstelligen.

Op weg naar huis werd ik lang geleden als kind overvallen door een enorme hoosbui. Het water bleef op de straten staan. Het was net of ik op het water liep, zoals Jezus die over het water liep. Ik heb het altijd één van de mooiste wonderen gevonden. De broodvermenigvuldiging natuurlijk ook, net als het weer levend maken van de dode Lazarus. Maar dat over het water lopen vond ik als kustbewoner toch wel het meest indrukwekkend. Later leerde ik dat dit wonder wilde zeggen dat het kwaad dat mensen overkomt overwonnen kan worden. Zonder dat je je hoeft af te vragen of Jezus echt over het water heeft gelopen. Het is een verhaal, een prachtig verhaal. Met name vanwege die éne zin: “Kleingelovige, waarom zijt gij gaan twijfelen” (Mattheüs 14:31).

De leerlingen zijn met hun boot de richting op gaan varen naar de overkant van het water. Na dat andere wonder, de wonderbare spijziging. Jezus had gezegd: “ga maar alvast, ik stuur de mensen wel naar huis.” Tijdens de reis gaat het stormen. De leerlingen raken in paniek, maar middenin de nacht komt vanuit het donker hun Meester naar hen toe. Lopend over het water. Dan slaat de radeloosheid in alle hevigheid pas echt toe. “Een spook!” schreeuwen ze. Maar als antwoord zegt Jezus: “Ik ben het.” Petrus, in dat kleine schuitje, antwoordt: “Als U het bent, geef me dan het bevel om over het water naar U toe te komen.” De Rabbi zegt: “Kom maar.” Petrus stapt onder Jezus’ hoede uit het bootje, loopt even over de golven en wordt dan zó bang dat hij begint te zinken: “Heer! Redt mij!” Jezus steekt hem de hand toe (die Petrus zelf moet vastpakken) en zegt tegen hem “Gij kleingelovige.”

Zo staan drie diep gelovige voorgangers uit verschillende geloofstradities aan de rand van een tamelijk brede sloot. Samen bespreken zij dit bijbelse wonderverhaal. En dat het ‘ware geloof’ iedereen over het water kan laten lopen. De eerste herder zegt: “Komaan! Ik heb het ware geloof!” Hij stapt van de kant en loopt over het water naar de andere oever. Uiteraard laat zijn collega het er niet bij zitten. Ook deze zegt het ware geloof te hebben. Dus ook hij gaat welgemoed op pad, over de golfjes, en bereikt de overkant. De laatste van de drie kijkt eens ernstig naar het water en denkt bij zich zelf: God zegene de greep en spreekt een gebed uit en begeeft zich eveneens over het water. Onmiddellijk zinkt hij als een baksteen in het water. Nu had hij zijn zwemdiploma’s met gekleed zwemmen. Dus met krachtige slagen bereikte hij met al zijn kleding de andere oever en klautert uitgeput op de kant. Waarop zijn beide collega’s tegen elkaar zeggen: “Zullen we maar tegen hem zeggen waar de paaltjes zitten?”

Voor de echtheid van dit verhaal kan ik opnieuw niet instaan. Toch is er wel een conclusie uit te halen: wij, gewone, sterfelijke mensen kunnen nu eenmaal niet lopen over water. We zullen moeten zwemmen voor ons leven als het er werkelijk op aankomt, ook al heb je nog zoveel geloof. Maar je mag ook geloven dat onze Lieve Heer een heleboel paaltjes neerzet waaraan je je kunt vastklampen als het er wezenlijk op aan komt. Van de Man van Nazareth hebben we gehoord en gezien waar ze zitten. Zodat wij wonderen voor iedereen zichtbaar kunnen maken, wat er ook gebeurt.

Han Cuperus

Dit artikel werd overgenomen uit ‘Mondig en Bondig’, het gemeenteblad van de Doopgezinde gemeente Eindhoven