Het was een hele klus, dus ik zuchtte diep voor ik het keukentrapje pakte om de bovenste plank te kunnen uitmesten. Maar jawel, na vier boekenplanken had ik het boekje gevonden, dat ik zocht. Dat was dus een win-win situatie: een (deels) opgeruimde boekkast en het boekje, dat ik zocht. Zo werd een probleem een opgeruimde kans.
Het gezochte boekje gaat over ‘omdenken’ (Berthold Gunster) en ik wilde er inspiratie uit halen om na te denken over een vraag die in de afgelopen ALV van de Ring werd gesteld. Ik bracht daar verslag uit van het predikantenconvent, waarin we het o.a. hadden gehad over de kleiner wordende gemeentes en de daarbij groeiende tijds- en morele druk op de predikanten om de gemeente draaiend te houden, om hetzelfde werk te doen in minder tijd vanwege een kleiner wordend contract. We deelden onze zorgen over elkaar als collega’s, over dreigende burn-outs en het bewaken van onze tijd, en ook voor ons lastig, dat we niet meer alles kunnen doen en niet meer altijd beschikbaar kunnen zijn. In het predikanten-convent draait het om predikanten en hoe we elkaar als collega’s kunnen steunen, inspireren, bemoedigen of wat dan ook.
Op de ALV kwam toen de vraag: hebben jullie ook een recept voor de gemeentes om staande te blijven en zo mogelijk te groeien. Tja, … nou nee, want dan hadden we dat recept wel gedeeld natuurlijk, maar de vraag ligt wel op tafel. En toen schoot mij – alweer thuis – het boekje ‘Omdenken’ te binnen.
Omdenken is eigenlijk eenvoudig: je bekijkt een probleem als een nieuwe kans en dat is meestal een soort ontdekkingsreis, categorie ‘eye opener’! Een van de voorbeelden is de uitspraak ‘als we niet verdwalen, vinden we nooit een nieuwe weg’ (Joan Littlewood). Maar wat hebben we aan dat omdenken als de gemeenten kleiner worden en we werkelijk niet meer weten hoe we alle posten nog bemenst kunnen krijgen en alle taken vervuld kunnen worden. Het antwoord is in ieder geval niet om in de put te gaan zitten, want vandaaruit zie je weinig meer. Maar een ‘one size fits all’ is niet te geven.
Elke gemeente is weer anders en de ene gemeente en/of locatie leent zich voor de ene zoektocht, een andere moet iets anders verzinnen, dus hier volgt geen recept. Toch zijn er wel stappen die in elke gemeente gezet kunnen worden. Het begint met een realistische analyse van de huidige situatie, rond de tafel te zitten en elkaar vragen te stellen in tamelijk willekeurige volgorde en naar keuze (want gedeeltelijk overlappend):
- welke taken zien we als onze taken van gemeente in de wereld – en zijn ze dat ook echt? Is het exclusief aan ons om die taken te vervullen? Kunnen we ze delen met anderen die hetzelfde nastreven?
- wat zou de wereld missen als wij het niet meer doen? En wees daarbij niet te bescheiden!
- welke taken zouden we kunnen laten vallen en welke horen tot de kern van ons idee van gemeente zijn?
- welke talenten zitten er in de gemeente? Dat hoeven geen voor de hand liggende talenten te zijn, maar iemand die veel weet van doolhoven en labyrinten kan (bijvoorbeeld) iets vertellen over het vinden van wegen, enz. en dat kan ook voor mensen buiten de gemeente interessant zijn. Breed adverteren dus en ook andere gemeenten meenemen in een zoektocht.
- ‘Schud de gemeente op’: Kijk vooral ook naar de ‘randen van de gemeente’ en bepaal niet voor anderen wat ze niet kunnen (te oud, niet betrokken, woont te ver weg, te druk, enz.), maar vraag hen naar wat ze wel in de aanbieding hebben. Iemand die al eens heeft gezegd iets niet te willen doen, wil het nu misschien wel doen, dus vraag het gewoon als open vraag (en even goede vrienden als ze om welke reden niet willen). Kijk ook of ‘vaste patronen’ niet in de weg zitten (iemand zit bijv. al eeuwen in de redactie van het gemeenteblad, terwijl er misschien wel meer mensen zijn die daar iets zouden willen doen).
- Zet (voorlopig eenmalig) een pastoraal web op: iedereen in de gemeente vraagt één ander iemand: wat kan de gemeente voor jou betekenen en wat kan jij voorde gemeente betekenen? Geen discussie, wél een goed gesprek. Het gesprek kan tijdens een huisbezoekje, of per telefoon en desnoods per e-mail. Iedereen vraagt en luistert – en wordt door een andere bevraagd die dan luistert. Daarna komt je bij elkaar en deel je ontdekkingen (geen pastorale geheimen natuurlijk, dus vraag na je gesprek toestemming om het te delen)
- nodig jongeren uit om te vertellen wat zij van ‘het leven’, ‘de toekomst’, de kerk’ of wat dan ook verwachten. Heeft de gemeente geen jongeren? Er zijn kleinkinderen, er zijn scholen in de buurt.
- kijk of je iets in de buurt kunt betekenen, door bijvoorbeeld een cursus geweldloos communiceren aan te bieden. Misschien is het kerkgebouw geschikt voor concerten, een peuterspeelzaal of kan er door de week een tweedehandskledingzaak in het gebouw. Meld je aan als trouwlocatie, kijk of je cursussen (bijv. van de Vrije Academie) in het gebouw kunt laten plaatsvinden. Zorg dat het kerkgebouw bekend is.
- neem contact op met buurgemeenten en vraag hoe zij het hoofd boven water houden. Organiseer samen iets, vraag een boeiende spreker of organiseer een museumbezoek met maaltijd voor of na. Organiseer een ‘groene fiets- of wandeltocht’.
- organiseer een potluckdinner, waarbij iedereen iets te eten meeneemt. Je kunt dit aan het toeval overlaten of enigszins coördineren. In deze lijn: nodig de buurt uit voor een kerstzangdienst of Paasontbijt.
- vraag vooral hulp aan doopsgezinde gemeenten uit de Ring of andere gemeenten in de buurt. Overal zitten wel deskundigen die iets te bieden hebben.
- ga vooral (weer) rechtop zitten, deel je ideeën, deel je successen, deel je geloof in de toekomst en laat je door niets of niemand uit het veld slaan.
Christien Duhoux-Rueb
realistische optimist met ervaring in gemeenteopbouw
Afbeelding van de site van de uitgever