Geboren in Amsterdam, maar opgegroeid in de Zaanstreek, dat verklaart veel van de verbale bekwaamheid van Hermine. Een actief lid binnen de Doperse gemeenschap in Dordrecht.
Een Humanistische vader en een Doopsgezinde moeder waren een goede ondergrond voor het vrijzinnige Doopsgezinde gedachtengoed. Zij voelde zich dan ook wel thuis op de Zondagsschool in Zaandam, waar een grote Doopsgezinde gemeenschap actief was.
Door de dood van haar vader vroeg volwassen geworden, deed zij al op haar 17e jaar belijdenis, met toen nog een grote groep leeftijdsgenoten. Die groep bleek al na een jaar niet meer actief te zijn binnen de gemeente, tot zorg van het kerkbestuur, dat de nieuwe leden opriep actief te worden. Ze raakte betrokken bij de Commissie Geestelijke Belangen die onder andere in het Doopsgezinde bejaardenhuis het ‘Mennistenerf’ 1x per jaar een dienst hield, waar Hermine ook samen met anderen voorging.
Daardoor raakte zij meer en meer actief betrokken bij de Doopsgezinde gemeenschap.
Na haar voltooide studie microbiologie aan de UvA, kwam zij, bij haar promotie-onderzoek in Delft, tot de ontdekking, dat ze meer generalist, dan wetenschappelijk onderzoeker was. In Delft leerde zij haar man Jan kennen.
Zij solliciteerde bij SBC, het latere Elsevier opleidingen. Daar ontwikkelde ze veel cursussen en werd later projectleider van een team van auteurs die o.a handleidingen voor operators schreven. Toen Elsevier deze tak van het bedrijf afstootte, zette zij dit werk als zelfstandige bij de voormalige klanten voort.
O.a voor haar werk en dat van Jan, ging zij in Zwijndrecht wonen en werd lid van de Doopsgezinde Gemeente Dordrecht. Jan was van huis uit Katholiek maar ging geleidelijk aan meer werk voor de Doopsgezinde kerk doen. Hermine had daarvoor door haar drukke werk geen tijd.
Ondanks dat Hermine ook zonder te vragen veel wetenswaardigs te vertellen had, wilden we toch ook nog een aantal specifieke antwoorden van haar hebben. Antwoorden die ze deels al zelf geschreven had.
Wat opvalt, is je vaardigheid in het maken van notulen en het snelle opleveren daarvan.
Dat heb ik geleerd door mijn werk als projectleider bij Elsevier. Snel to the point een verslag maken, compleet met actiepuntenlijst, om het proces in beweging te houden.
Je hebt binnen het Doperse veel bestuursfuncties vervuld (o.a. voorzitter KR Dordrecht, secretaris RZWN, tijdelijk voorzitter RZWN en secretaris DG Zending), wat heb je daar van ‘opgestoken’ en wat kunnen wij als bestuur daar nog van leren?
Tijdelijk voorzitter van de RZWN vind ik te veel eer. Toen Henk Kruisinga was overleden heeft de rest van het bestuur de taken zolang overgenomen. Ik ben secretaris van DG Zending én van de GDB. Je zou hieruit kunnen opmaken dat ik een echte vergadertijger ben die graag bestuurlijke functies vervult. Dat is niet het geval, maar als je wilt dat een organisatie waar je lid van bent goed draait moet je er ook energie in steken. Wat ik ervan heb opgestoken is: formuleer behapbare doelen, vier je successen met elkaar en communiceer hierover.
Je bent lang bij de ring betrokken geweest, zijn er nog dingen die je liever anders gezien had?
Ik vind dat de Ring er goed voorstaat. Het rondje dat Christien en Marijn gemaakt hebben langs de gemeenten, was daarin ook belangrijk. Ik denk dat de ADS nog iets meer met de ringen en sociëteiten zou kunnen doen. Maar het is mooi dat we vanuit de ring mensen afvaardigen naar de Ledenraad.
Heb je nog wijze woorden c.q. een goede raad voor de RZWN en hoe denk je dat we nog actiever kunnen zijn voor de Gemeenten in de Ring?
Het goed contact houden met de Gemeenten door regelmatig zo’n persoonlijk rondje te doen is noodzakelijk om de gemeenten geïnformeerd en betrokken te houden.
Toen ik na mijn pensionering lid werd van de Kerkenraad, heb ik tot verbijstering van de rest de vraag gesteld: “Hebben we een beleidsplan?“ Dat blijft belangrijk om een organisatie levend en bij de tijd te houden. Schrijf op wat je doet. Zijn daar overbodige zaken bij, gooi die er uit.
De jaarvergaderingen zijn belangrijk ook om te horen waar behoefte aan is. Misschien kunnen jullie ook eens de presentatie, die vooraf aan de jaarvergadering gegeven wordt, opnemen en via het ADS-YouTube-kanaal verspreiden.
Je hebt voor een opleidingsinstituut gewerkt en bent van huis uit geen IT’er. Hoe ben je in het website-gebeuren gerold?
Jan en ik zijn lang geleden in het website-gebeuren gerold. Onze kinderen bezochten de eetbijeenkomsten in de kerk in Breda en wij gingen dan met z’n tweetjes ook gezellig in Breda eten. Tijdens zo’n etentje kwamen we op het idee een website voor de kerk te maken. Jan was daar wel handig in. Toen de ADS-websites kwamen is Dordrecht daarop overgegaan. Hans ter Haar-Koster van Ligare was een geweldige steun. En je had nu ook weer geen IT-kennis nodig om de website te vullen. Voor de website van de Doopsgezinde zending heb ik leren werken met WordPress. Bij de overgang van de websites van RZWN, DG Dordrecht en de GDB naar een nieuw platform heb ik veel steun gehad van Carlien Pels-Oosterwijk. En nog steeds kan ik bij haar terecht als ik technische vragen over de websites heb.
Wat zijn jouw zorgen en opstekers voor de toekomst van Dopers Nederland?
Ik ben een optimist. ‘Mach es wie die Sonnenuhr, zähl die heiteren Stunden nur‘. Dus genieten van alle mooie initiatieven (en die zijn er genoeg in Doopsgezind Nederland) en niet somberen over vergrijzende en kleiner wordende Gemeenten. Er komen vast andere vormen om Gemeente te zijn. En al ben ik erg gesteld op ons kerkgebouw, het zijn tenslotte maar stenen.
Wij danken Hermine hartelijk voor haar openhartigheid en hopen nog lang van haar activiteiten gebruik te kunnen maken.
Bob v.d. Vijver en Kees Koomen
Foto gemaakt door Leo de Man tijdens groot beraad in september 2023